Een cliënt klaagde over mr. X, maar trok de klacht in nadat mr. X voor € 4.000 met hem had geschikt. De deken vroeg echter om voortzetting van de behandeling op grond van ‘redenen van algemeen belang’ (artikel 47a Advocatenwet) en de raad van discipline ‘s-Hertogenbosch voldeed aan dat verzoek. Volgens de raad ging de klacht over de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand, het overdragen van het dossier aan de opvolgend advocaat en het innen van een factuur voor een eigen bijdrage. Die klachten raakten volgens de raad kernwaarde deskundigheid. Gezien de tuchtrechtelijke antecedenten van mr. X wilde de raad die kernwaarde om redenen van algemeen belang nog eens onder de aandacht van mr. X brengen. In de eindbeslissing kreeg mr. X zelfs een schrapping opgelegd.

In hoger beroep stelt mr. X onder andere dat de klacht helemaal niet had mogen worden voortgezet. Het betrof immers een klacht over deskundigheid, en dan ligt voortzetting niet in de rede.

De deken voert aan dat mr. X had nagelaten desgevraagd informatie te verstrekken op grond waarvan zijn deskundigheid had kunnen worden getoetst. Dat was een kwestie van integriteit, aldus de deken, en bij die kernwaarde kan voortzetting wel opportuun zijn.

Maar daar ging het Hof van Discipline niet in mee. Het hof wijst erop dat in de uitspraak van de raad alleen aan de kernwaarde deskundigheid werd gerefereerd. Het toetsingskader van het Hof (te vinden in de uitspraak) zegt dat bij die kernwaarde voortzetting niet is aangewezen. De klacht van de cliënt gíng ook niet over integriteitskwesties en ook bij voortzetting blijft die klacht de basis. Als de deken over iets anders had willen klagen, had hij een zelfstandig dekenbezwaar moeten indienen.

De mr. X van vorige week kreeg van de raad van discipline in Den Haag  toch een berisping, ondanks intrekking van de klacht na een schikking. In die uitspraak repte de raad in de beslissing om voort te zetten wel van de kernwaarde integriteit – al ging het ook daar grotendeels over gebreken in de dienstverlening.

Dat in het advocatentuchtrecht bij deskundigheidskwesties een voortzetting in het algemeen belang niet aan de orde is, houdt natuurlijk verband met dat andere belang: dat van de cliënt, die belang heeft bij een minnelijke regeling. Als ondanks intrekking van een klacht het zwaard van Damocles blijft hangen, doet dat de schikkingsbereidheid van mr. X geen goed.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profile page
Advertentie