Dat schrijft het hof maandag in een beslissing op verzoeken in de Marengozaak. In augustus deed het dekenberaad een oproep aan alle strafrechtadvocaten om zich te melden als zij bereid zouden zijn de verdediging van Ridouan Taghi op zich te nemen. Uiteindelijk heeft dat niet tot serieuze kandidaten geleid, schrijft het hof.
Door het gebrek aan verdediging zal de zaak nog meer vertraging oplopen. Gerekend vanaf de eerste zitting in hoger beroep (8 april 2024) is de behandeling van de zaak tegen Taghi inmiddels negentien maanden onderweg, schrijft het hof. Daarvan heeft het hem tien maanden ontbroken aan rechtsbijstandverlening in de strafzaak. Het hof spreekt van een problematische situatie voor de verdachte. ‘Die gemankeerde rechtsbijstandverlening vertraagt de voortgang van de behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep. In zijn zaak is het nog niet tot een afsluitende regiezitting kunnen komen. De voortgang van de behandeling is al haperend blijven steken, en zijn zaak draait nog steeds, en ondertussen onverantwoord lang, stationair. Het zicht op het moment waarop in de zaak tegen hem eindbeslissingen worden gegeven is in de tijd bezien voor het hof niet meer dan een onzeker vergezicht.’
Extra zitting
Donderdag is een extra zitting in de zaak in de PI Vught ingelast waarin het hof de situatie met Taghi bespreekt. Tijdens die zitting zei Taghi dat het hof advocaten die hem willen bijstaan, meer tijd moet geven om zich voor te bereiden op de verdediging in het omvangrijke Marengo-proces. ‘U bent als treinmachinist in een TGV gestapt en u hebt op het gas getrapt, maar de noodrem kent u niet,’ aldus Taghi tegen het hof, schrijft de Telegraaf.
‘Ik ben op dit moment zo radeloos dat ik iedere strohalm zou aanpakken,’ zei Taghi over zijn zoektocht naar een advocaat. Volgens de Marengo-hoofdverdachte verloopt die zo moeizaam, omdat iedereen die hem zou gaan bijstaan een ‘paria’ zal worden.
Het OM wil dat Taghi opnieuw aan de toezichthouder op de advocatuur vraagt om een advocaat voor hem te vinden. Die moet hij dan vervolgens wel accepteren. Justitie verwacht geen oplossing voor de impasse op korte termijn. De voorlopige uitkomst is dat het hof de onderzoeksrechter opdracht heeft gegeven ‘iedereen te benaderen en spreken, waarbij de minister van justitie de hoogste in die lijn is’. Binnen vier maanden moet er duidelijkheid zijn.