Mr. X werkte twee jaar als commercieel medewerker bij een BV. Dik drieënhalf jaar later werd mr. X advocaat. Nog voordat hij was beëdigd meldde zich bij hem een geldschieter die een conflict had met (de moedermaatschappij van) zijn voormalig werkgever. Het kantoor van mr. X nam de zaak aan. Mr. X was er meteen bij betrokken. Later nam hij de behandeling als advocaat over.
De voormalig werkgever klaagde dat mr. X misbruik maakte van vertrouwelijke informatie die hij als werknemer had verkregen. Als juridisch onderlegd sparring partner had hij met de bestuurder van de BV samengewerkt in verschillende procedures. Hij beschikte over strategische informatie die een andere advocaat niet zou hebben, aldus klager.
Daarmee handelde hij in strijd met de vertrouwelijkheid en loyaliteit die uit zijn voormalig dienstverband voortvloeiden, aldus klager.
Mr. X betwistte dat hij vertrouwelijke informatie had – alle in de procedure tegen zijn voormalige werkgever gebruikte informatie was afkomstig van de cliënt of uit openbare bronnen. Hij wees ook op het belang van vrije advocaatkeuze.
Of het laakbaar is om tegen een voormalig werkgever op te treden, hangt volgens de raad van discipline af van de omstandigheden van het geval. Kon mr. X in dit geval optreden zonder schending van de kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit?
De functie (commercieel medewerker) en het tijdsverloop van drieënhalf jaar na zijn vertrek wogen mee in het voordeel van mr. X. Maar het ging om een klein concern (iedereen zat op de dezelfde locatie), mr. X bemoeide zich met betalingen en facturen en hij had een directe (persoonlijke) band met de bestuurder. Dit wekte op zijn minst de schijn dat mr. X beschikte over inside information over de financiële positie en de strategie van het bedrijf en dus meer wist dan een onafhankelijk aangezochte advocaat zou kunnen en behoren te weten. Alleen vanwege die schijn al moest mr. X terughoudend zijn, temeer daar de de lening waarover het conflict ging al bestond toen hij bij zijn ex-werkgever in dienst was.
Mr. X had onvoldoende oog gehad voor het feit dat een advocaat de schijn van een belangenconflict moet voorkomen. Hij had de zaak meteen moeten overdragen aan een andere advocaat – zoals hij uiteindelijk had gedaan nadat de deken zich erover had uitgesproken.
Mr. X had een verkeerde afweging gemaakt. Als het gaat om kernwaarden geldt altijd: bij twijfel niet oversteken, aldus de raad. Maar mr. X was indertijd pas net beëdigd en had blijkbaar onvoldoende handvatten van zijn patroon meegekregen voor een verstandiger keuze. Op de zitting toonde hij inzicht. Daarom blijft het bij een gegrondverklaring zonder maatregel.
