Aanleiding is de invoering van visueel toezicht op gesprekken tussen advocaten en gedetineerden, het gevolg van de op 1 november gewijzigde Penitentiaire Beginselenwet (Pbw).
Volgens de advocaten die de brief hebben ondertekend, is de vertrouwelijkheid van gesprekken niet langer gewaarborgd. In de spreekkamers zijn camera’s geplaatst die continu zicht bieden op het gezicht van zowel advocaat als cliënt, plus microfoons. Nieuwe instructies verbieden het bedekken van de mond, waardoor liplezen en zelfs AI-technologie communicatie kunnen achterhalen. De bezwaarmakers wijzen er verder op dat onduidelijk is hoe de opnamen worden opgeslagen, vernietigd en wie er toegang toe heeft. Ook het tonen van stukken aan cliënten is verboden, waardoor een inhoudelijke bespreking van omvangrijke dossiers vrijwel onmogelijk wordt.
De brief is opgesteld door Sander Janssen van Cleerdin & Hamer en eenpitter Laura Versluis en medeondertekend door 44 andere strafpleiters.
De advocaten stellen dat zij onder deze omstandigheden hun werk niet kunnen doen zonder de wet, het EVRM en het tuchtrecht te schenden. Zij zien zich daarom genoodzaakt alle bezoeken op te schorten totdat de vertrouwelijkheid van gesprekken is gegarandeerd, schrijven ze. De werkweigering heeft naar verwachting grote gevolgen voor de planning van strafzaken: inhoudelijke zittingen, getuigenverhoren en andere proceshandelingen kunnen niet doorgaan en moeten voor onbepaalde tijd worden aangehouden.
De advocaten zeggen te hopen dat het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Dienst Justitiële Inrichtingen hun zorgen serieus nemen en de ‘buitengewoon onwenselijke situatie’ snel beëindigen.
Rutte
Demissionair staatssecretaris Arno Rutte (VVD) weigert vooralsnog in te gaan op de eisen van de advocaten. In het tv-programma Pauw & De Wit benadrukte Rutte dinsdagavond dat de nieuwe regels via een zorgvuldig democratisch proces tot stand zijn gekomen. Hij erkende wel dat de strafzaak tegen Ridouan Taghi de enige aanleiding is voor het videotoezicht.