Negentig procent van de bevolking is inmiddels ontheemd. Zeker 65.000 mensen zijn gedood, een veelvoud verwond, getraumatiseerd en uitgehongerd. Experts waarschuwen dat het aantal burgerslachtoffers in werkelijkheid veel hoger ligt. Huizen zijn verwoest, wegen opgebroken, ziekenhuizen en scholen liggen in puin; bijna niets staat meer overeind. Ook de juridische infrastructuur is letterlijk met de grond gelijk gemaakt: advocatenkantoren, rechtbanken en het hoofdkantoor van de Palestijnse Orde van Advocaten zijn verwoest. Tweehonderd van onze collega-advocaten zijn gedood.
Het bevreemdt ons dat de NOvA en sommige collega’s stellen dat dit een ‘politieke kwestie’ zou zijn die niet binnen de NOvA thuishoort. De kwestie raakt juist fundamentele aspecten van de internationale rechtsorde en de rechtsstaat, en treft de Nederlandse advocaat bij uitstek in het hart.
Geen geopolitiek, maar recht(sstaat)
Op 6 november 2025 oordeelde het gerechtshof Den Haag dat het voldoende aannemelijk is dat i) er een ernstig risico bestaat dat Israël in Gaza genocide pleegt en (ii) er een duidelijk risico is dat Israël internationaal humanitair recht schendt. De uitspraak is in lijn met eerdere uitspraken van het Internationaal Gerechtshof (IGH). Het Haagse gerechtshof bevestigt dat Nederland op grond van het Genocideverdrag en de Geneefse Conventies een inspanningsplicht heeft om deze schendingen van internationaal recht door Israël te voorkomen. Volgens het hof zouden de verplichtingen uit het Genocideverdrag weinig praktisch nut hebben als eerst moet worden gewacht op een definitief oordeel van het IGH. Het hof benadrukt bovendien dat niet alleen het IGH bevoegd is om genocide vast te stellen en verwijst naar de conclusies van Amnesty International en Human Rights Watch. Deze organisaties constateren dat Israël het internationaal recht structureel en grootschalig schendt, ook na het staakt-het-vuren van 10 oktober 2025.
De uitspraak van het hof Den Haag bevestigt dat de kwestie Gaza thuishoort binnen de Nederlandse rechtsorde. Nederland heeft concrete verplichtingen op basis van internationaal recht. Hoe nauwer de banden met een land dat genocide pleegt of dreigt te plegen, hoe zwaarder de preventieplicht weegt, aldus het IGH. Vanwege de actieve betrekkingen met Israël moet Nederland dus meer doen om schendingen van het internationaal recht te voorkomen. De inspanningsplicht uit het Genocideverdrag en de Geneefse Conventies rust volgens internationaal recht op de Staat als geheel, inclusief alle entiteiten die een publieke taak vervullen.
De situatie in Gaza raakt ook op een andere manier aan de Nederlandse rechtsstaat. Israël, dat zich positioneert als democratische rechtsstaat, legt de vele oproepen van het IGH om het internationale recht te respecteren naast zich neer. Daarmee schaadt het de internationale rechtsorde. Dit heeft ook gevolgen voor Nederland. Internationaal recht is via de artikelen 90-94 van de Grondwet verankerd in de Nederlandse rechtsorde en vormt een belangrijke grondslag voor onze rechtspraak. Nederlandse advocaten beroepen zich er dagelijks op. Als het internationaal recht selectief wordt toegepast en met zoveel gemak kan worden genegeerd als het ongelegen komt, dan ondermijnt dat ons rechtssysteem en raakt dat direct aan de kern van ons werk als advocaat.
Waarom specifiek de NOvA maatregelen moet nemen
De NOvA is een publiekrechtelijk lichaam in de zin van art. 134 van de Grondwet en is ingesteld op basis van de Advocatenwet. De NOvA heeft een publieke taak. Gelet op de inspanningsplicht uit het Genocideverdrag en de Geneefse Conventies, moet ook de NOvA onderzoeken welke maatregelen zij, binnen haar mogelijkheden, kan nemen om bij te dragen aan het voorkomen en beëindigen van genocide en schendingen van het internationaal humanitair recht.
De wettelijke taak van de NOvA brengt daarnaast een rechtsstatelijke verantwoordelijkheid met zich mee. Artikel 10 lid 2 Advocatenwet verplicht de NOvA om, in het belang van een goede rechtsbedeling, een behoorlijke praktijkuitoefening te bevorderen en alle maatregelen te nemen die daaraan bijdragen.
Deze taak reikt verder dan de dagelijkse praktijk, zo benadrukt de NOvA zelf:
‘En advocaten weten als geen ander dat recht dat zich hult in holle woorden geen recht is. Daarom werkt de NOvA elke dag opnieuw aan onze democratische rechtsstaat.’ (jaarverslag NOvA 2023)
Zoals hiervoor toegelicht, en nader uiteengezet in het visiedocument van de initiatiefnemers (een van de vergaderstukken), zijn de Nederlandse rechtsstaat en het werk van onze beroepsgroep onlosmakelijk verbonden met de internationale rechtsorde. Advocaten kunnen zich niet geloofwaardig beroepen op het internationaal recht als we toestaan dat andere landen dit recht straffeloos mogen schenden. De NOvA erkent ook zelf dat de rechtsstaat geen louter nationaal vraagstuk is. Zij is lid van de International Bar Association (IBA) en Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE), die tot doel hebben de rechtsstaat wereldwijd te bevorderen en te beschermen. De NOvA heeft bovendien aangegeven solidariteit te willen tonen met advocaten in het buitenland:
‘Overigens behelst [corporate social responsibility] de dieperliggende vraag op welke manier de advocatuur en de NOvA kan bijdragen aan een duurzame en rechtvaardige samenleving. Hieronder vallen ook: de zorg voor de rechtsstaat, het voor eenieder toegankelijk houden van het recht, de zorg voor een inclusieve en diverse balie (in samenwerking met het platform diversiteit & inclusie) waar het veilig en integer werken is en het tonen van solidariteit, zowel binnen als buiten de beroepsgroep, zowel nationaal als internationaal.’ (jaarverslag NOvA 2024)
In het verleden steunde de NOvA kennelijk het initiatief om de Syrische balie uit de gelederen van de IBA te verwijderen. De NOvA betuigde solidariteit met de Oekraïense balie na de inval van Rusland en met de Amerikaanse balie naar aanleiding van recente rechtsstatelijke ontwikkelingen aldaar. Het is daarom inconsequent en onbegrijpelijk dat tot op heden geen solidariteit wordt betuigd met de zwaar getroffen Palestijnse Orde van Advocaten.
Ook kan van de NOvA worden verwacht dat zij advocaten steunt die in hun beroepsuitoefening worden geraakt door sancties van de Verenigde Staten tegen medewerkers van het Internationaal Strafhof (ICC). Deze sancties zijn door de Verenigde Staten opgelegd nadat het ICC op 21 november 2024 arrestatiebevelen uitvaardigde tegen onder anderen Benjamin Netanyahu en Yoav Gallant wegens verdenking van oorlogsmisdrijven in Gaza.
Advocaten zijn verbonden door respect voor de rechtsstaat
Het nemen van maatregelen of het uitspreken van solidariteit door de NOvA tast de onafhankelijkheid van individuele advocaten niet aan. Individuele advocaten blijven volledig vrij in hun professionele keuzes en de vertegenwoordiging van hun cliënten, binnen de grenzen van het gedragsrecht en hun eed.
Maatregelen van de NOvA ten aanzien van Gaza leiden ook niet tot een hellend vlak of een dubbele maatstaf ten aanzien van andere landen. Integendeel: door zich uit te spreken over schendingen van internationaal recht door Israël, bevordert de NOvA een sterke en geloofwaardige internationale rechtsorde, die ook in andere situaties bescherming moet bieden.
De eenheid van onze beroepsgroep wordt gevormd door respect voor de rechtsstaat en inspanningen voor het behoud daarvan. Zwijgen ondermijnt de geloofwaardigheid van advocaten als hoeders van de rechtsstaat.
Op 2 december 2025 gaan wij met elkaar in gesprek over Gaza. Zoals collega Till Kressin terecht aangeeft, zou het gesprek niet alleen moeten gaan over wat de NOvA al dan niet mag doen. ‘De vraag is: wat zullen wij later antwoorden als ons wordt gevraagd wat wij hebben gedaan toen…?’
Minke Gommer
Emiel de Bruijne
Lotte van Diepen
Uco Joustra
Wout Albers
Hanneke Schreur
Lucien Nix
Ejder Köse
Dominique Coumans
Mohamed Rafik
Het volledige standpunt van de initiatiefnemers en de ingediende moties zijn hier en hier te lezen.