De minister kan nu het OM een aanwijzing geven tot opsporing of om iemand wel of niet te vervolgen. Sneller diende een initiatiefwetsvoorstel in om deze bijzondere aanwijzingsbevoegdheid te schrappen. In de ogen van Sneller is de bevoegdheid een zwakte in de democratische rechtsstaat, die kan leiden tot misbruik. Met de nieuwe wet mag de minister ook niet meer voorschrijven op welke manier het OM in een concrete strafzaak zijn bevoegdheden moet inzetten.
Verder beperkt de wet ook de inlichtingenplicht van het College van procureurs-generaal. Daarnaast vervalt de verplichting om bepaalde beslissingen aan de minister voor te leggen en staat in de wet dat de uitoefening van taken en bevoegdheden door het OM in een concreet geval gebeurt zonder ondergeschiktheid aan de minister.
Demissionair minister Foort van Oosten (Justitie en Veiligheid) liet vorige week tijdens een debat weten niets voor het plan van Sneller te voelen. In zijn ogen worden de mogelijkheden voor democratische controle aangetast als de minister van Justitie deze bevoegdheid verliest. Die kan dan bovendien minder als buffer tussen politiek en OM functioneren, ook omdat de inlichtingenplicht vervalt. Volgens Van Oosten zorgt het er ook voor dat de beslissingsmacht minder gespreid is en volledig bij het OM komt te liggen.
Eerste Kamer
Het wetsvoorstel kreeg dinsdag steun van SP, GroenLinks-PvdA, Partij voor de Dieren, Volt, D66, Denk, CDA, ChristenUnie en Forum voor Democratie, bij elkaar 84 zetels. De wet gaat nu naar de Eerste Kamer. Sneller zei na de stemming bereid te zijn het wetsvoorstel ook daar te verdedigen. Als de partijen die nu in de Tweede Kamer voor het voorstel hebben gestemd dat ook in de Eerste Kamer doen, kan zijn initiatief ook daar op een meerderheid rekenen (39 van 75 zetels).