De cliënt van mr. X heeft een geschil met buren over een erfdienstbaarheid. Ook de gemeente is betrokken, als eigenaar van twee naastgelegen percelen. De zaak loopt al bij het gerechtshof als mr. X aan alle partijen een voorstel doet om om de tafel te gaan.

De  advocaat van de gemeente – mr. Y – reageert afwijzend. Mr. X vraagt waarom: voordat de zaak aan deze advocaat werd uitbesteed, was de gemeente steeds bereid geweest tot minnelijk overleg. Hij vraagt ook om de correspondentie tussen mr. Y en de gemeente.

Na een negatieve reactie van mr. Y dient mr. X een Woo-verzoek in bij de gemeente. Hij vraagt alle informatie op over de contacten tussen (kantoorgenoten van) mr. Y en de burgemeester, het college van B&W en de ambtenaren. Hij stelt dat de gemeente op grond van vaste jurisprudentie ook correspondentie met de advocaat moet vrijgeven. De gemeente stuurt het Woo-verzoek door naar mr. Y als belanghebbende.

Mr. Y reageert als door een wesp gestoken: hoe durft mr. X achter zijn rug rechtstreeks zijn cliënte te benaderen en inbreuk te maken op de vertrouwelijkheid tussen hem en zijn cliënte, met een onjuist beroep op jurisprudentie? Hij dient een klacht in.

De raad van discipline in Den Bosch oordeelt dat mr. X het Woo-verzoek rechtstreeks bij de gemeente mocht indienen. Gedragsregel 25 ziet alleen op de ‘betreffende gelegenheid’ waarin een partij wordt bijgestaan door een advocaat. In dit geval was dat de privaatrechtelijke procedure. Het bestuursrechtelijke Woo-verzoek stond daar los van. Bovendien moet in het bestuursrecht een aanvraag worden ingediend bij het bevoegde bestuursorgaan. Deze wettelijke regel gaat voor op de (lagere) gedragsregels, aldus de raad.

Maar mr. X had volgens de raad mr. Y wel moeten informéren over de indiening van het verzoek, omdat het wel raakte aan de ‘betreffende gelegenheid’ – zeker nu hij al over de kwestie met mr. Y had gecorrespondeerd. Het streven naar welwillendheid en vertrouwen vergde een open vizier, ook al zou mr. Y als belanghebbende toch wel op de hoogte raken.

De klacht dat mr. X inbreuk maakte op de vertrouwelijkheid wordt van tafel geveegd. De advocáát moet die vertrouwelijkheid bewaren, de cliënt niet. En een gemeente heeft een wettelijke openbaarmakingsplicht, waarbij voor correspondentie met advocaten geen uitzondering geldt.

Mr. X heeft ook gedragsregel 8 niet overtreden. Die regel ziet op feitelijke informatie, niet op een andersluidend juridisch standpunt.

Toch krijgt mr. X dus een waarschuwing, vanwege de onwelwillendheid.

Geen toestemming, wel melden: al is gedragsregel 25 niet van toepassing, de uitkomst lijkt op die in lid 2, bij de ‘aanzegging met rechtsgevolg’ in ‘de betreffende zaak’.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profile page
Advertentie