Mr. X nam een hoog opgelopen familiezaak over. Haar cliënte was na elf jaar het gezag over haar zoon verloren aan haar ex. Mr. X vroeg bij elke (on)mogelijke gelegenheid het gezag terug – herzieningsverzoek in lopende beroepsprocedure, nieuwe bodemprocedure en voorlopigevoorzieningenverzoek na een noodkreet van de zoon op school en inschakeling Veilig Thuis, omgangskortgeding nadat vader onverwacht het omgangsweekend afzegde en telefoonverkeer tussen moeder en zoon blokkeerde. In die laatste zaak trok ze de gezagseis later in.
In processtukken stelde mr. X dat de vader loog, haar band met de zoon kapot wilde maken, dwingende controle uitoefende en waanideeën over zichzelf had. De zoon werd mishandeld, verwaarloosd, en moest zwaar lichamelijk werk doen, aldus mr. X. Ze sprak van intieme terreur, een dagelijks patroon van isoleren, kleineren, bedreigen, verwarren, intimideren en pesten. Vader was, schreef ze, dwingend, agressief en manipulatief.
De rechtbank zag de verschrikkelijke omstandigheden echter niet. Het leven van de zoon bij de vader ontwikkelde zich positief. Na de noodkreet was hulp ingeschakeld. School en voetbal gingen goed en hij was weer vrolijker.
De vader klaagde (onder meer) dat mr. X kansloos procedeerde en zich onnodig grievend uitliet. De Amsterdamse raad achtte (onder meer) deze klachten gegrond – zes weken voorwaardelijke schorsing.
In hoger beroep wijst het Hof van Discipline erop dat je terughoudend moet zijn, zeker in een familiezaak met kinderen. Toch gaat de klacht over kansloos procederen onderuit. Niet alles was kansrijk, de rechtbank sprak zelfs van misbruik van procesrecht, maar in de omstandigheden was het niet gek dat mr. X er stevig inging.
Wel beoordeelt het Hof flink wat uitlatingen van mr. X als onnodig grievend. Casuïstisch, maar je kunt uit de onderbouwing vragen destilleren die je tijdens het schrijven van een vurig betoog aan jezelf kan stellen: is wat ik hier schrijf relevant voor de uitkomst? Poneer ik feiten en zo ja, onderbouw ik die, liefst in dezelfde alinea? Gaat het om conclusies, kwalificaties of beschuldigingen, en zo ja, kunnen de feiten die dragen? Beschrijf ik een eigen standpunt of dat van cliënt(e) en, in het laatste geval, staat dat er wel bij? Overdrijf ik? Val ik in herhaling?
Mr. X signaleerde nog dat wederpartijen steeds vaker klachten gebruiken om een advocaat het werken moeilijk te maken. Ze wierp de vraag op of tuchtrechters die wel moeten behandelen als er nog procedures lopen. Het Hof snapt het probleem, maar een advocaat moet ook gaandeweg ter verantwoording kunnen worden geroepen.
Mr. X krijgt een berisping.
Overigens woont de zoon, met instemming van de vader, inmiddels weer bij zijn moeder.
