Volgens de projectgroep Digitalisering & AI dienen ook in het digitale tijdperk de advocatuurlijke kernwaarden (onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid) overeind te blijven. Daar vloeit uit voort dat de advocaat altijd zelf verantwoordelijk blijft voor een uitgebracht en de bescherming van cliëntbelangen.

De NOvA adviseert advocaten wel om te investeren in AI. Basiskennis van AI, het volgen van opleidingen over onder meer LLM-principes, prompt-engineering, bias-mitigatie en cybersecurity zijn essentieel, aldus de orde. Advocaten dienen de output van AI-tools echter altijd handmatig te verifiëren en uitsluitend tools te gebruiken die bronvermelding bieden.

Het gebruik van vertrouwelijke gegevens in gratis AI-tools wordt afgeraden. Advocaten moeten privacy-by-design toepassen, alleen strikt noodzakelijke informatie delen en altijd toestemming vragen aan cliënten voor het gebruik van AI in dossiers. Ook wordt het uitvoeren van een Data Protection Impact Assessment aanbevolen bij verwerking van persoonsgegevens.

AI mag de advocaat ondersteunen, maar nooit sturen, aldus de richtlijn. De eindverantwoordelijkheid voor advies en rechtsbijstand blijft bij de advocaat. Transparantie richting cliënten en binnen het kantoor over het gebruik van AI is noodzakelijk, evenals het opstellen van een kantoorbreed AI-beleid.

Voorkomen moet worden dat AI-tools de partijdigheid aantasten, stelt de NOvA-projectgroep.  De advocaat blijft verantwoordelijk voor een partijdige, maar rechtmatige belangenbehartiging. AI mag nooit leidend zijn; het risico op benadeling door onevenwichtige of bevooroordeelde algoritmen moet worden vermeden.

Lees meer op de website van de NOvA

Advertentie