In de commissie rechtseenheid bestuursrecht zitten vertegenwoordigers van de vier hoogste bestuursrechters: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Hoge Raad, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven. In het jaaroverzicht van 2025 stelt de commissie vast dat bestuursrechters, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, frequenter te maken krijgen met een beroep op verschoonbare termijnoverschrijding. Een belanghebbende claimt dan een termijn niet gehaald te hebben, omdat hij een processtuk niet ontvangen heeft. Belangrijke oorzaak volgens de commissie: aangetekende post bereikt ‘in toenemende mate’ niet de geadresseerde. Gevolg is dat deze verschoningsberoepen frequenter worden gehonoreerd.

Bewijslast

De kans dat de bestuursrechter een termijnoverschrijding verschoont, wordt vergroot doordat de bewijslast niet ligt bij de ontvanger van een aangetekend stuk. Die hoeft, legt de commissie uit, niet zelf aannemelijk te maken dat het poststuk niet is ontvangen of aangeboden. De belanghebbende dient alleen een poging te doen om ‘het vermoeden’ dat het processtuk bezorgd is ‘te ontzenuwen’. Mede hierdoor slagen verschoningsberoepen regelmatig bij de rechter. De minder accurate postbezorging versterkt dit op een onwenselijke manier, stelt de commissie.

 

Advertentie