Volgens het hof heeft Ruperti in de zedenzaak op verzoek van de verdachte, die werd bijgestaan door een andere advocaat, ‘op intimiderende wijze de druk op een slachtoffer/getuige opgevoerd’ om er zo voor te zorgen dat zij haar belastende verklaring zou intrekken. Het hof noemt dat ‘volstrekt ontoelaatbaar’.
Ruperti zei dat de verdachte een sterke zaak heeft en dat er door de verdachte nare dingen over de getuige/slachtoffer op de strafzitting in de openbaarheid zouden worden gebracht als haar verklaring niet werd ingetrokken. Voor het hof speelt mee dat het om een zedenzaak gaat ‘waarin zowel de verdachte als de getuige/slachtoffer bekende Nederlanders zijn en die veel media aandacht trok. Het lag dan ook voor de hand dat de negatieve verklaringen van de verdachte zouden zien op intieme zaken waarvan brede openbaring extra pijnlijk zou zijn’.
Mijnenveld
Ruperti laat kort na de uitspraak weten uiterlijk 16 maart 2027 te stoppen als advocaat. Hij heeft er dan twintig jaar als advocaat op zitten. ‘De advocatuur is niet mijn leven, maar het bepaalt wel mijn leven,’ zegt hij. Ruperti ervaart de advocatuur steeds meer als een mijnenveld. ‘Toewijding, passie, hulpvaardigheid, het ontploft in je gezicht waar je het niet ziet aankomen. Ik heb altijd de beste intenties. Zeven dagen in de week ben ik achttien uur per dag met mijn werk bezig. Vandaag kreeg ik een uitspraak van de tuchtrechter waar ik mij als persoon niet in herken. Wie mij goed kent zal mij daar ook niet in herkennen. Op zitting is over mij gezegd dat ik geen kwade opzet had, de beste intenties had, dat ik overal aan heb meegewerkt. Dat ik geen slecht persoon ben. Maar toch.’
Ruperti zegt zich in een nieuwe vorm altijd te blijven inzetten voor militairen, veteranen en mensen die zijn hulp vragen. ‘Ik zal mijn lopende strafzaken afwikkelen. Daar heb ik die toga nog voor nodig. Ik zal in al die zaken de belangen van mijn cliënten nog steeds vurig bepleiten.’