Als een onherroepelijk veroordeelde verdachte binnen acht maanden een opgelegde schadevergoeding niet heeft overgemaakt, dan kan de Staat een slachtoffer in een strafzaak een voorschot uitkeren. Dit gebeurt als de rechter in een vonnis een schadevergoedingsmaatregel opneemt. De Staat zal dan zelf bij de verdachte het geld gaan innen.
Voor het voorschot van de Staat geldt een maximum van vijfduizend euro, behalve bij zedenmisdrijven en bij een aantal geweldsmisdrijven. Dan zit er geen maximum aan het bedrag dat door de Staat wordt voorgeschoten.
De Tweede Kamer vond het aantal geweldsmisdrijven waarvoor een ongemaximeerd voorschot te beperkt. Dat zou leiden tot schrijnende situaties. Daarom is staatssecretaris Rutte van Justitie en Veiligheid in een concept-regeling met een uitbreiding gekomen. Bij brandstichting, wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling, gijzeling met terroristisch oogmerk, dwang, en dood door schuld moet de Staat voortaan ook bedragen boven de vijfduizend euro voorschieten. Dat gaat bovendien gelden bij verkeersmisdrijven waarbij sprake is van dood door schuld of lichamelijk letsel.
Het voorstel van de staatssecretaris kan rekenen op kritiek van officier van justitie Roland Knobbout uit Den Haag. In een reactie op de consultatie waarschuwt hij dat het voorstel kan leiden tot een onbeheersbare kostenpost voor de Staat. ‘De verwachting is dat door de voorgestelde wijziging steeds meer slachtoffer zich zullen voegen in het strafproces.’ Hij wijst op mensen die getroffen zijn door de recente aanslagengolf op woningen.
Knobbout oppert als alternatief voor het ongemaximeerde voorschot dat veroordeelde verdachten gedwongen worden eerder over de brug te komen. Dat kan volgens hem door het zogenaamde conservatoir slachtofferbeslag. ‘Het is van belang dat waardevolle vermogensbestanddelen van een verdachte na een misdrijf zo snel mogelijk veilig gesteld worden’, schrijft Knobbout. ‘Zodat de afhandeling van een schadevergoedingsmaatregel in veel gevallen eenvoudiger, effectiever en sneller kan.’