Met het wetsvoorstel wil de regering het bestaande taakstrafverbod uitbreiden door onder andere alle vormen van mishandeling van hulpverleners en handhavers binnen het bereik van het taakstrafverbod te brengen. Het wetsvoorstel omvat ook twee versoepelingen van het taakstrafverbod. Bij het toepassen van het taakstrafverbod mag een taakstraf namelijk wel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel worden opgelegd. Verder kan de rechter in bijzondere gevallen een uitzondering maken op het taakstrafverbod bij iemand die eerder al een taakstraf heeft gehad.
Volgens de Afdeling advisering beperkt het wetsvoorstel de beoordelingsvrijheid van de rechters en de officier van justitie verder. ‘Bij het bepalen van de bandbreedtes waarbinnen gestraft kan worden, moet de wetgever voldoende ruimte laten aan de rechter om in individuele gevallen maatwerk te leveren,’ vindt de afdeling. ‘Het bestaande taakstrafverbod heeft betrekking op zwaardere gevallen van mishandeling. Door dit uit te breiden naar de lichtste vormen kan de bestraffing in sommige gevallen disproportioneel zijn. Ook kan de bestraffing minder effectief zijn, omdat de rechter niet de straf kan opleggen die het beste past bij de strafdoelen, waaronder het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.’
Lichte recidive
De rechter krijgt met het wetsvoorstel de mogelijkheid om bij lichte recidive een uitzondering te maken op het taakstrafverbod als het opleggen van een gevangenisstraf niet gepast is. De Afdeling vraagt of het behoud van het taakstrafverbod bij lichte recidive noodzakelijk en wenselijk is. Zij geeft de regering in overweging dit onderdeel van het taakstrafverbod te schrappen.
Lees hier het volledige advies.