Mr. X kreeg in 2025 twee weken onvoorwaardelijke schorsing, ingaande vier weken na onherroepelijk worden van de uitspraak, en acht weken voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coach.
De onvoorwaardelijke schorsing zou ingaan op 10 september, besprak de deken met mr. X. Klaagster had weliswaar beroep ingesteld, maar zij kon helemaal niet in appel.
Mr. X regelde vervanging en zat al een week op de bank toen de deken meldde dat de schorsing pas kon ingaan als in appel was beslist.
Na de niet-ontvankelijkverklaring in appel meldde de deken dat de schorsing op 7 november inging. Mr. X moest die dag zijn advocatenpas inleveren. Na herhaald verzoek antwoordde mr. X op 17 november dat hij de 18e terug zou komen van een paar dagen weg, dan zou hij de pas komen brengen.
Maar op 17 november stond mr. X in toga met een cliënt voor de politierechter. De rechtbank vroeg of hij geschorst was, wat mr. X bevestigde.
De deken hoorde dit van de rechtbank en kondigde een nieuw dekenbezwaar aan, plus een verzoek tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke schorsing.
Mr. X vroeg de deken om heroverweging: hij was al twee keer gestraft voor de klacht en een nieuw dekenbezwaar zou waarschijnlijk het einde van zijn carrière betekenen. Hij had die 17e zo snel geen vervanging kunnen vinden voor de zitting.
Maar de deken dacht dat mr. X aldoor het plan had de pas te houden tot en met die zitting, en zette door.
Bij de raad van discipline Den Haag vertelde mr. X dat de collega die hem zou vervangen een paar uur van tevoren had afgezegd; daarom was hij uit België naar de zitting gesneld. Hij had zelf zijn schorsing willen melden, maar de rechter was hem voor geweest. Het was dom was geweest om daar in toga te verschijnen.
De tuchtrechter vindt het beschamend dat mr. X tijdens de schorsing in toga ter zitting verscheen. Het schaadt het vertrouwen in de professionaliteit van de beroepsgroep.
Dat mr. X door een misverstand al een week had thuisgezeten, laat dat onverlet. Eventuele ‘verrekening’ (als dat al kon), had hij met de deken moeten overleggen.
Het dekenale vermoeden van een vooropgezet plan acht de raad voorstelbaar, maar niet met zekerheid vast te stellen.
Mr. X krijgt vier weken onvoorwaardelijk wegens overtreding van de schorsingsvoorwaarden. Van de acht weken voorwaardelijk wordt twee weken tenuitvoergelegd. Niet alles, omdat mr. X onnodig een week zijn praktijk had moeten neerleggen, maar ook om de druk van de (coachings)voorwaarden erop te houden.
