Voor meerdere delicten zijn de afgelopen jaren de wettelijke maximumstraffen substantieel verhoogd: voor moord kan bijvoorbeeld dertig in plaats van twintig jaar worden opgelegd, voor doodslag 25 in plaats van vijftien jaar. In de praktijk heeft dit echter in weinig strafzaken geleid tot hogere straffen vergeleken met de periode voor de verruimde strafmaxima. Slechts bij enkele strafbare feiten, zoals mensensmokkel en deelname aan een criminele organisatie, is er sprake van een lichte tot matige stijging.
Niet alleen rechters benutten de extra ruimte om de strafmaat te verhogen heel beperkt, officieren van justitie leggen evenmin een significant hogere strafeis op. Een belangrijke verklaring hiervoor is volgens de onderzoekers de veelal magere onderbouwing van nieuwe strafmaxima door de wetgever.