Als advocaat die al ruim 36 jaren met de voeten in de klei staat, wordt mijn ergernis steeds groter om al die verhalen over verdwijnende sociaal advocaten te lezen.

De spijker wordt op de kop geslagen door de vermelding dat er steeds minder advocaten bij de Raad voor Rechtsbijstand staan ingeschreven.

Dat is het simpele gevolg van de commerciële waarde die een advocaat gaande weg zijn looptijd ontwikkelt. Advocaten die deze commerciële waarde kunnen en willen vermarkten, willen simpelweg niet meer voor een appel en een ei werken. Dit op enkele uitzonderingen na waarbij dit incidenteel wordt toegestaan.

In de tijd  dat ik werd beëdigd bestond er niet alleen een rondje langs de (vice)-presidenten van de rechtbank en de leden van de Raad van Toezicht, maar ook een verplichte melding richting het oude Buro voor Rechtshulp waar bij iedere rechtbank een volwaardige beslisafdeling aanwezig was. Inschrijven was destijds een  ‘zachte’ voorwaarde. De Buro’s voor Rechtshulp zijn opgegaan in de Raad voor Rechtsbijstand op afstand en in de grote steden een Juridisch Loket.

Tegenwoordig bestaat dat rondje richting Buro voor Rechtshulp niet meer. Sterker, daarentegen hangt het af van het kantoor waar men als advocaat-stagiair terecht komt. Bestaat er geen overeenkomst met de Raad van Rechtsbijstand, dan komt men daar als vanzelf al (bijna) niet meer terecht en heeft de aankomende advocaat vaak geen weet van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. En het daaraan gekoppelde leerproces vervalt of wordt niet meer ontwikkeld.

De specialisatieverenigingen doen daarnaast goed werk. Vergoedingen vanuit het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand worden door de minister verhoogd, maar enkel voor degenen die als specialist zijn aangesloten en/of de door de Raad voor Rechtsbijstand geëiste basisopleiding op dat vakgebied hebben gevolgd.

Advocaten die hun sporen op dergelijke gebieden in betalende zaken al hebben verdiend, gaan niet nog eens betalen voor een in hun (en mijn) ogen nutteloze basisopleiding om dan alsnog voor een toevoeging te werken, die gemiddeld tussen de € 25 en € 50 per uur oplevert (en daar moeten secretaresse, huisvesting enz. van worden betaald).  Dat laatste is door ondergetekende ook gemonitord op de specialistische zaken door de vergoeding te delen door het bestede aantal uren. Daar wringt naar mijn mening ook de schoen.

Ik durf te stellen dat iedere advocaat bereid is om een minder bedeelde persoon die hem of haar om hulp vraagt, bij te staan. Maar dan past het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand plots niet omdat men niet of niet op het vereiste vakgebied is ingeschreven. De specialisatie tendens slaat ook hier naar mijn mening door.

De overheid verzuimt hier. De specialist weet een heleboel van een klein beetje. De generalist weet van bepaalde rechtsgebieden meer dan de hoed en de rand en is in staat zich in zeer korte tijd zaken (en het rechtsgebied) eigen te maken.

Regelmatig komt bij mij een cliënt voor een zaak op mijn rechtsgebied. Dan ontstaat er elders in de keten een ander juridisch probleem, maar moet die zaak naar een andere advocaat omdat je die niet zelf mag doen omdat je toevalligerwijs niet op dat rechtsgebied staat ingeschreven of omdat voor dat rechtsgebied een aparte kwaliteitseis geldt (cliënt weer ontevreden omdat het te lang duurt om een advocaat te vinden die ‘tijd heeft’); of je moet hem helemaal pro bono doen. Dat verbieden feitelijk de gedragsregels omdat dit neerkomt op een no cure no pay aangezien je feitelijk werkt om de proceskostenveroordeling te kunnen incasseren. Slecht procederen loont in zo’n geval dus niet. Maar goed procederen wordt dan weer verboden. En de klant wordt feitelijk de dupe.

Zie daar het dilemma dat door de Raad voor Rechtsbijstand wordt gecreëerd door de toepassing van allerhande kwaliteitstoetsen, maar ook door de inschrijving van een advocaat te verbinden aan het kantoor waar hij werkt. Heeft dat kantoor geen overeenkomst met de Raad voor Rechtsbijstand, dan komt de advocaat in de regel niet meer in aanmerking om toevoegingszaken (lees: gesubsidieerde rechtsbijstand) uit te voeren.

Laat ik een ding vooropstellen. Ook de Raad voor Rechtsbijstand monitort zijn advocaten op de resultaten die ze bereiken. Mijns inziens kan dat ook zonder verplichte basisopleidingen op de diverse vakgebieden. Een advocaat is het zijn eer te na om nutteloze zaken aan te nemen respectievelijk daar voor te procederen, laat staan een zaak aan te nemen op een rechtsgebied dat hem niet eigen is. Het enkele zwarte schaap, die elke beroepsgroep in Nederland wel kent, uitgezonderd.

Als dus alle nieuwe stagiairs weer verplicht worden ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand, onder de verplichting jaarlijks tenminste tien toevoegingszaken te verrichten ( lees: tussen de vijftig en honderd uur), dan loopt enerzijds het sociaal stelsel niet vast; krijgen de stagiairs daadwerkelijk ook de onderkant van de samenleving aan de tafel; kunnen de grote kantoren ook hun stagiairs (ten dele)  laten meelopen in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand, komen er vanzelf meer sociaal advocaten en doet de NOVA wat van haar verwacht wordt: noblesse oblige.

André J.T.J. Meuwissen is advocaat in Afferden

Advertentie