De deken kreeg een signaal van de officier van justitie: mr. X was in beeld gekomen als mogelijke afnemer van een drugsdealer. Mr. X moest op gesprek bij de portefeuillehouder strafrecht en een stafjurist van de Haagse orde.

Volgens het gespreksverslag vertelde mr. X dat hij de dealer kende van een WVW-zaak. Hij kocht bij deze man geen drugs, maar Pokémonkaarten – een uit de hand gelopen hobby, aldus mr. X. Hij gebruikte geen drugs en wist niet dat de man erin handelde.

Anderhalve maand later volgde een tweede gesprek. Daarin vertelde mr. X dat hij met de dealer in contact was gekomen in verband met de Pokémonkaarten, maar dat hij een aantal keren cocaïne van hem had gekocht.

Toen meldde de officier aan de deken dat mr. X de dealer vanaf zijn derdenrekening 7000 euro betaald had en vanaf een privérekening 2000 euro. Mr. X erkende dat hij niet vanaf zijn derdenrekening aan de dealer had mogen betalen, maar de bedragen waren voor Pokémon, niet voor coke.

De deken diende een bezwaar in. Volgens haar had mr. X de kernwaarde integriteit geschonden door tegenstrijdige verklaringen af te leggen, en misbruik gemaakt van de derdengeldrekening.

De raad constateert dat de privé-gedragingen van mr. X, te weten het drugsgebruik en de contacten met de dealer, geen deel uitmaakten van het dekenbezwaar. De verwijten zagen op gedrag in de hoedanigheid van advocaat. Mr. X had tegenstrijdig verklaard over zijn eigen drugsgebruik, over waar hij de dealer van kende (een WVW-zaak of Pokémon) en over het tijdstip waarop hij wist dat de dealer ook drugs in het assortiment had.

Na het zorgwekkende signaal van het OM had mr. X eerlijk, betrouwbaar en transparant moeten zijn. Juist de beroepsgroep zelf zou er van doordrongen moeten zijn dat het werk van de deken als toezichthouder cruciaal is om het vertrouwen van het publiek in het rechtssysteem te waarborgen en de rechtsstaat te versterken.

Mr. X had zich daarvan onvoldoende rekenschap gegeven, terwijl hij al vanaf begin af eigen rechtsbijstand had en ook in zijn schriftelijke reactie geen open kaart speelde. En dat terwijl gedragsregel 29 een advocaat verplicht de deken ‘aanstonds’ alle gevraagde informatie te geven. Ook had mr. X gebankierd met de derdenrekening.

Hij krijgt een berisping – best coulant, maar de raad houdt er rekening mee dat mr. X, first offender, niemand financieel benadeelde en ‘enig inzicht’ toonde in zijn fouten.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profile page
Advertentie