De grieven van de strafadvocaten over het verscherpte visueel toezicht betreffen onder meer het inperken van het uitwisselen van documenten met hun cliënten. Ook het verbod op het draaien van laptopschermen wekt verontwaardiging op. ‘Dergelijke verboden maken het verlenen van adequate rechtsbijstand onmogelijk’, schreven op 10 april de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA) en de Nederlandse Vereniging van Jonge Strafrechtadvocaten (NVSJA) aan de staatssecretaris.
Controle 'contrabande'
In een recente reactie hierop wijst de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), mede namens de staatssecretaris, de meeste verzoeken van de strafadvocaten af. ‘Papieren documenten èn digitale documenten op een device mogen tijdens een bezoekmoment niet over en weer aan elkaar worden getoond’, herhaalt men het protocol. Ook aan het verbod op het draaien van schermen wordt niet getornd: dit zou met ‘de huidige technische mogelijkheden te kwetsbaar en risicovol’ zijn. Het uitwisselen van bepaalde documenten moet expliciet worden aangekondigd en gebeuren via een usb-stick, die door het gevangenispersoneel wordt ‘gecontroleerd op contrabande’.
Niet geluisterd
‘Een vrij beroerde reactie. Teleurstellend’, aldus NVSA-secretaris Nancy Dekens. ‘Men is niet bereid om te luisteren en serieus aan de slag te gaan met onze voorstellen tot aanpassing. Ook de resultaten van de begin dit jaar toegezegde audit blijven uit, dat gaat superstroperig.’ Eerder legden strafadvocaten het werk neer uit protest tegen het verscherpte toezicht. Dat is op dit moment nog niet opnieuw aan de orde, aldus Dekens. De NVSA beraadt zich op het nemen van verdere stappen. ‘We gaan er zeker wat tegen proberen te doen. Maar we kijken nog hoe precies.’
Terughoudend contact
Het effect van het verscherpte visuele toezicht in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) en Afdelingen Intensief Toezicht (AIT) is zeer beperkend, ervaart Dekens zelf in de dagelijkse praktijk. ‘Het is echt intimiderend om in een hele kleine ruimte te zitten met meerdere camerabollen, die alles waarnemen. Je voelt je heel erg bekeken, dat geldt ook voor de cliënt. Die kijkt regelmatig om zich heen van “Moet ik hier gaan praten?”. Zelf ben je ook terughoudender.’ De beperkingen rond het uitwisselen van documenten vindt Dekens eveneens ‘verdomd lastig’: Als een cliënt ter plekke een vraag bedenkt, moet je die gewoon kunnen beantwoorden. Nu moet je zeggen dat dat moet wachten tot de volgende afspraak, dat is niet werkbaar.’