Het CvT, zo is de gedachte, ziet als systeemtoezicht­houder toe op de werking van het toezicht. Het CvT is daarmee niet de ‘baas’ van de dekens (dat zijn de vergaderingen van de lokale orde) maar controleert of het systeem als zodanig werkt. Als systeemtoezicht­houder zou het CvT bijvoor­beeld kunnen nagaan of het systeem geëquipeerd is om dossiers binnen een redelijke termijn te behandelen, of de gehanteerde methodiek effectief is om risico’s te signaleren en of geïdentificeerde risico’s op efficiënte wijze worden gebruikt als basis voor risicogestuurd toezicht.

Tegen deze achtergrond is het interessant om het jaarverslag 2025 van het CvT te lezen. Daarin valt een aantal dingen op.

Zo legt het CvT nogal de nadruk op het onderscheid tussen ‘repressief en preventief toezicht’. Bij preventief toezicht dwingt de toezicht­houder naleving van de regelgeving af vóórdat de onder toezicht gestelde een handeling uitvoert. Voor preventief toezicht op advocaten is geen grondslag in de wet. Waarschijnlijk bedoelt het CvT actief toezicht: de vorm van toezicht waarbij zonder dat sprake is van een melding of signaal wordt onderzocht of de advocaat zich aan de regelgeving houdt (naast passief toezicht waarbij de deken actie onderneemt vanwege bijvoorbeeld berichtgeving in de media, een signaal van een recht­bank of een klacht van een cliënt). Voor het actieve toezicht gebruiken de dekens als basis de CCV’s die elke advocaat twee keer per jaar moet invullen.

Het CvT constateert in zijn jaarverslag voorts dat er ‘ruimte voor verbetering’ is als het gaat om het door­ontwikkelen van risicogestuurd toezicht. Het is jammer dat het CvT daarbij weinig concreet is. Meent het dat onvoldoende risico’s worden geïdentificeerd? Dat onvoldoende uitvraag wordt gedaan om vast te stellen of sprake is van risico’s? Of dat onvoldoende wordt geacteerd op gesignaleerde risico’s? Het blijft gissen.

Het toezicht op de advocatuur maakt een ontwikkeling door van een ons-kent-ons-ouwe-jongens-krentenbrood-historie naar een professionele toezicht­houder met expertise op veel relevante onderwerpen, waaronder bedrijfsstructuren, sancties, witwasregelgeving en gedragsrecht. Die ontwikkeling is nog gaande en is van groot belang. De blik van buiten is daarbij onontbeerlijk – maar daar lijkt nog wel ruimte voor verbetering.

Barbara Rumora-Scheltema

Profile page
Advertentie