De deken ontving een signaal van de IND: mr. X zou tientallen kansloze aanvragen indienen en stelselmatig rechtsmiddelen instellen tegen de weigeringen. Het ging daarbij vermoedelijk om het recht de procedure in Nederland te mogen afwachten, zei de IND. Toevallig waren ze erachter gekomen dat mr. X in zo’n zaak wel € 9.000 vroeg.

De deken ging mede naar aanleiding hiervan bij mr. X op bezoek. Hij weigerde de deken inzage te geven in door haar gekozen dossiers; hij wilde alleen door hemzelf geselecteerde stukken sturen.

De deken diende onder andere hierom een bezwaar in bij de Haagse raad van discipline: mr. X frustreerde haar onderzoek, en het leek erop dat hij zijn eigen belang ‘extreem liet prevaleren boven dat van zijn cliënt’. Hij leek enkel te procederen voor eigen financieel gewin, in kansloze zaken.

Volgens mr. X waren de zaken niet kansloos en in het belang van zijn cliënten. Zijn beroepschriften waren niet kennelijk ongegrond verklaard noch bestempeld als  misbruik van recht. Bovendien konden ongegrond verklaarde beroepen worden teruggedraaid bij een doorbraak bij het Hof van Justitie.

Volgens de raad van discipline diende mr. X met het voeren van procedures voor procedureel rechtmatig verblijf een gerechtvaardigd belang van zijn cliënten. Hij mocht – in overleg met de cliënt – rechtsmiddelen instellen tegen afwijzingen, ook als die procedures op zichzelf weinig kans op succes hadden. Het bezwaar dat mr. X enkel uit was op eigen financieel gewin, was daarmee ongegrond.

Wel leek mr. X achter het dekenonderzoek enkel samenzweringen te zien, wat getuigde van een gebrek aan realiteitszin, en had hij onvoldoende deelgenomen aan kwaliteitstoetsen. En vooral was hij erg koppig geweest in het niet (volledig) meewerken aan dekenonderzoeken. Als stok achter de deur krijgt hij twaalf weken voorwaardelijke schorsing met de bijzondere voorwaarde dat hij daaraan voortaan op eerste verzoek meewerkt.

De discussie over weinig kansrijke vreemdelingenrechtprocedures is niet nieuw. In  2024 beschuldigde het OM twee advocaten zelfs van mensensmokkel. De Rechtbank Amsterdam zag daar helemaal niets in: ‘Dat klager er, binnen de bestaande regelgeving, bij conflicterende belangen van enerzijds zijn individuele cliënt (de Turkse vreemdeling) en anderzijds het algemeen belang voor kiest om het belang van zijn cliënt te behartigen door herhaalde verzoeken in te dienen kan hem in de gegeven context niet strafrechtelijk worden tegengeworpen.’

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profile page
Advertentie