Het Europese e-evidencepakket maakt het mogelijk dat buitenlandse autoriteiten rechtstreeks gegevens kunnen opvragen bij digitale dienstverleners in Nederland, zonder tussenkomst van Nederlandse autoriteiten. Dienstverleners moeten de gevraagde gegevens vaak al binnen tien dagen aan buitenlandse autoriteiten overdragen, terwijl zij de betrokken personen daar niet over mogen informeren.
Daardoor is de kans volgens de NOvA groot dat gegevens worden gedeeld zonder dat burgers hiervan op de hoogte zijn. Wanneer rechtzoekenden toch bezwaar willen maken, kunnen zij geen beroep doen op een regeling voor gefinancierde rechtsbijstand. Daardoor wordt het voor hen “bijna onmogelijk” om hun rechten te verdedigen.
Toezichthouder
Ook voor digitale dienstverleners blijft veel onduidelijk. Het is niet precies bekend hoe de procedures werken en op welke gronden zij bezwaar kunnen maken. Terwijl zij wel een grote verantwoordelijkheid dragen voor de bescherming van grondrechten.
Verder stelt de NOvA vraagtekens bij de keuze voor de Autoriteit Consument en Markt (ACM) als toezichthouder. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) kan die rol beter vervullen, omdat de bescherming van gegevens centraal staat. Tenslotte neemt door de Uitvoeringswet de druk op de rechtspraak toe door een stijgend aantal procedures, verwacht de NOvA.