De Rekenkamer signaleerde vorig jaar dat in minimaal 867 strafzaken de tenaamstelling van verdachten en veroordeelden niet klopte. Tot nu toe is 61 procent van de zaken beoordeeld en waar mogelijk afgehandeld. Tot 1 mei van dit jaar zijn er nog eens 99 nieuwe zaken geïdentificeerd, aldus de staatssecretaris.
Van de oorspronkelijke 867 zaken zijn er tot dusver 87, waarin sprake is van mogelijke schade voor derden, bijvoorbeeld door identiteitsfraude. Volgens het ministerie zijn er tot dusver geen aanwijzingen dat straffen aan de verkeerde persoon ten uitvoer zijn gelegd. Dat geldt ook voor zaken waarin sprake was van identiteitsonduidelijkheid.
In zaken waarin mogelijk een onschuldige derde nadeel kan ondervinden, zijn maatregelen getroffen. Zo worden dossiers gemarkeerd in registers en worden signaleringen zo nodig opgeschort.
De mogelijkheden om fouten te herstellen zijn beperkt, schrijft Van Bruggen. Voor eenvoudige administratieve fouten kan de Matching Autoriteit (Justid) zelf correcties doorvoeren. Als een correctie gevolgen heeft voor de inhoud of rechtsgevolgen van een onherroepelijk vonnis, is een rechter nodig. Bestaande procedures, zoals herziening bij de Hoge Raad, bieden daarvoor niet altijd een passende route.
Daarom wordt gewerkt aan een aanvullende rechterlijke procedure die correctie van tenaamstellingen moet versnellen en ook de overheid de mogelijkheid geeft om zelf herstel in gang te zetten.
Het is vooralsnog onduidelijk in hoeveel zaken uiteindelijk sprake blijkt te zijn van verkeerde naamstelling. De 867 zaken gelden als ondergrens, schrijft Van Bruggen. Tot dusver zijn er duizenden vonnissen achterhaald, waarbij identiteitsgegevens tijdens het proces zijn gewijzigd. Correcte analyse van al die zaken is vaak ‘weinig kansrijk’ vanwege ontbrekende historische gegevens. Volgens de staatssecretaris zal de kwestie een lange adem vergen.