Het gaat om de roofmoord op de eigenares van een Chinees restaurant in Breda. De vrouw werd gewurgd in de keuken en er was geld ontvreemd uit de gokkast in de gang. Zes jonge verdachten, drie mannen en drie vrouwen, werden opgepakt en veroordeeld: de mannen kregen tien jaar celstraf, de vrouwen twee jaar, deels voorwaardelijk.

Wegens gerezen twijfels heropende de Hoge Raad de zaak in 2012. Deze herziening door het gerechtshof Den Haag leverde geen wezenlijk andere beoordeling of veroordeling op. In 2022 dienden advocaten Geert-Jan en Carry Knoops namens de drie mannelijke veroordeelden een verzoek tot nader onderzoek in bij de Hoge Raad. Aanleiding voor dat verzoek was een NFI-rapport uit 2021 waarin een aantal nieuwe onderzoeksmogelijkheden werden aangedragen. De resultaten daarvan konden aanleiding zijn voor heropening van de zaak.

Nieuwe DNA-sporen

Uit dat onderzoek blijkt nu dat de gemeentelijke lijkschouwer destijds het moment van overlijden mogelijk verkeerd heeft ingeschat. Daarnaast waren in het restaurant bloed en DNA van een onbekende man aangetroffen. Eerder oordeelde de rechter dat dit geen dadersporen waren. Na nieuw forensisch onderzoek blijkt dat het DNA van deze man ook is aangetroffen op het T-shirt en de broek van het slachtoffer. Hieruit concludeert de advocaat-generaal ‘dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de op de plaats delict en op het slachtoffer aangetroffen (DNA-)sporen van de onbekende Zuidoost-Aziatische man, dadersporen zijn’.

Als gevolg van deze “nova”, nieuwe gegevens die een ander licht op de zaak werpen, dient de zaak volgens de AG wederom herzien te worden. Dit vanuit het vermoeden dat wanneer de rechter destijds alle feiten gekend had, deze tot een andere uitspraak zou zijn gekomen. Adviezen van de AG wordt veelal door de Hoge Raad overgenomen. Deze beslissing wordt op 15 december dit jaar bekend gemaakt.

Advertentie