Mr. X stond een vrouw bij die tegen haar ex procedeerde over de beëindiging van hun samenlevingscontract en de omgang met twee dochters.
In een conclusie stelde mr. X namens de vrouw onder meer dat zij doorgaans voor de kinderen zorgde. De man gebruikte overmatig alcohol wat leidde tot seks tegen haar wil, en hij gebruikte coke waar de kinderen bij waren. Uit een overgelegde WhatsApp-conversatie bleek volgens mr. X dat de man dit niet ontkende, maar eerder bevestigde. De man had niet de interesse, noch de vaardigheden om voor de kinderen te zorgen, zeker gezien de extra zorg die nodig was voor de dochter met een autismespectrumstoornis. Hij had suïcidale gedachten en vertoonde seksueel overschrijdend gedrag, ook jegens een dochter. Bij beeldbellen met zijn dochter stond ook nu glijmiddel in zicht op het bureau. Er was een zedenonderzoek gaande en er was sprake van een tweede melding, aldus nog steeds mr. X namens de vrouw.
Niet onnodig grievend
Op zitting zei hij onder meer: ‘De man doet alsof zijn neus bloedt. De man kan niet ontkennen dat hij alcohol en cocaïne gebruikt. En dat hij [de] vrouw heeft verkracht. Is wel gebeurd. Minder van belang omdat het over omgangsregeling gaat, maar geeft wel weer hoe de man is.’ En: ‘Dat de man er niet is voor minderjarigen (zie producties over horloges kijken in Utrecht en dronken) is geen incident.’
De man werd uiteindelijk niet vervolgd wegens gebrek aan bewijs.
De man klaagde onder meer dat mr. X zijn reputatie had geschaad met onbewezen uitspraken. De raad van discipline Den Haag verklaarde de klacht ongegrond: minder scherp en ferm was beter geweest, maar gelet op de context geen onnodig grievende uitlatingen.
De man ging in hoger beroep. Volgens mr. X had hij in zijn conclusie duidelijk gemaakt dat hij het standpunt van zijn cliënte verwoordde en dat de politie haar stellingen onderzocht. Hij had ze dus niet als vaststaande feiten gepresenteerd. Ze vonden wel steun in de overgelegde WhatsApp-berichten.
Het Hof van Discipline schaart zich achter het oordeel van de raad. In familiezaken moet onnodige polarisatie worden vermeden, zeker als er kinderen bij betrokken zijn. Maar de uitspraken pasten in deze procedure waarin ook klager ferme standpunten had ingenomen. Gezien de context en het feit dat mr. X voldoende duidelijk had gemaakt dat hij het standpunt van zijn cliënte verwoordde, waren de uitlatingen niet onnodig grievend.
