Het is vrijdagmiddag 14.30 uur wanneer een bouwbedrijf en een vereniging van eigenaren voor de rechter verschijnen. Na negen jaar procederen over ondeugdelijk uitgevoerde werkzaamheden aan een galerijvloer ligt bij de rechtbank alleen nog de schadestaat voor. Het gerechtshof oordeelde dat de aannemer aansprakelijk is. De vve vordert ruim 135.000 euro; het bouwbedrijf betwist onder meer de hoogte van de herstelkosten. Tijdens een uitvoerige gedachtewisseling zetten de advocaten van de twee partijen hun standpunten uiteen, waarbij zij elkaar geregeld verwijten maken over de onderbouwing van de zaak. De rechter houdt de regie, strak maar rustig. Zij neemt ruim de tijd, stelt gerichte vragen en probeert partijen meermaals te bewegen tot overleg. Op verzoek van de advocaten geeft zij na een schorsing een voorlopig oordeel, dat als basis dient voor nieuwe onderhandelingen. Het is dan inmiddels 17.30 uur op die vrijdagmiddag. De gedaagde (de aannemer) buigt zich voorover, kijkt langs alle advocaten de vertegenwoordiger van de vve in de ogen en stelt voor samen even naar buiten te gaan. Alle andere betrokkenen blijven zitten in de zittingszaal. Niet veel later komen partijen weer binnen met de mededeling dat ze eruit zijn. ‘En,’ wil de advocaat van eiser weten, ‘wat is het bedrag?’ De vertegenwoordiger van de vve noemt een getal. ‘Goed gedaan!’ roept zijn advocaat, ‘van beide partijen’, haast hij zich er achteraan te zeggen. Er gaat een lachsalvo door de zittingszaal, waarop de bouwondernemer opmerkt: ‘De echte lachenden zitten naast mij en naast hem. De advocaten krijgen hun facturen namelijk wel betaald.’
Dit voorbeeld uit het onlangs verschenen rapport ‘Zittingscultuur in de civiele rechtspraak’ symboliseert de onvoorspelbaarheid van mondelinge behandelingen in civiele zaken. Het is een van de observaties van onderzoeker en universitair hoofddocent Rechtssociologie aan de Universiteit van Amsterdam Nienke Doornbos. Partijen krijgen vaker zelf het woord, rechters sturen nadrukkelijker op de kern van het geschil en schikkingsmogelijkheden worden actief verkend. ‘Dat kan soms lastig zijn voor advocaten.’
