Het wetsvoorstel komt na jarenlange discussie over hoe het toezicht er uit zou moeten zien. Op dit moment wordt het toezicht op de advocatuur uitgevoerd door de elf lokale dekens. Met het wetsvoorstel wordt dit ondergebracht bij de nieuwe landelijke OTA. De OTA krijgt een onafhankelijke positie ten opzichte van de overheid en beroepsgroep, maar wordt wel ondergebracht bij de NOvA.
Het bestuur gaat bestaan uit vijf leden. De meerderheid daarvan is geen advocaat, waaronder de voorzitter. Het bestuur wordt benoemd door de algemene raad van de NOvA na een enkelvoudige bindende voordracht van een onafhankelijke benoemingsadviescommissie. Ook de samenstelling en taken van het huidige college van toezicht zullen veranderen. Het vernieuwde college van toezicht zal zich richten op het vergroten van de legitimiteit van het toezicht op de advocatuur, het voorkomen dat het toezicht te veel naar binnen is gericht en zorgen voor een permanente “gezondheidscheck” op het toezicht.
Klachtrecht
Een eerder voorgesteld meldpunt voor klachten maakt geen onderdeel uit van het wetsvoorstel. Eerst moet het klachtrecht gemoderniseerd worden, aldus het kabinet. In het najaar van 2026 brengt de NOvA hierover een advies uit. Aan de hand van dit advies bekijkt het ministerie hoe het klachtrecht het beste kan worden ingericht. Daarbij wordt ook de aangenomen motie van de Tweede Kamer betrokken die oproept om het klachtrecht en toezicht bij dezelfde instantie onder te brengen.
De consultatie van het wetsvoorstel staat tot half september open. Daarna wordt het voorstel verder uitgewerkt en naar alle waarschijnlijkheid begin 2027 voorgelegd aan de Raad van State voor advies. Ondertussen gaan de voorbereidingen voor de OTA door. Zo wordt er een kwartiermaker aangesteld die aan de slag gaat met het opzetten van de toezichthouder.