Shukrula werd op 10 april 2025 aangehouden op verdenking van deelname aan de criminele organisatie van Taghi. Het leverde hem eind april een schorsing op. Begin dit jaar besloot de raad van discipline dat Shukrula zijn werkzaamheden weer mocht hervatten onder voorwaarden. Een van de voorwaarden is dat Shukrula geen cliënten mag bijstaan die in hechtenis zitten. Een andere voorwaarde is dat een onafhankelijke advocaat toezicht houdt op Shukrula’s werkzaamheden als raadsman en maandelijks verslag uitbrengt aan de Amsterdamse deken.

Allebei de voorwaarden zijn nu, op verzoek van Shukrula, aangepast. De raad heft de voorwaarde dat Shukrula niet in rechte zal optreden voor cliënten die zich in de piketfase, in de periode van de eerste drie dagen na een aanhouding, als ook in (verdere) (voorlopige) hechtenis bevinden op. De voorwaarde dat Shukrula niet mag optreden voor cliënten die verblijven in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) en/of de Afdeling Intensief Toezicht (AIT) blijft intact.

De raad heft daarnaast het toezicht door de toezichthoudend advocaat op. Shukrula is wel nog verplicht om de deken tweewekelijks een overzicht te verstrekken van alle dossiers die hij behandelt. Ook moet Shukrula periodiek (in beginsel één keer per twee maanden) bij de deken langsgaan om zijn praktijk te bespreken en te evalueren, waarbij de deken de wijze van overleg en de frequentie kan aanpassen.

Verdenking

De raad zegt in de uitspraak begrip te hebben voor de situatie waarin Shukrula verkeert. De raad stelt vast dat sprake is van een nog lopend opsporingsonderzoek en een ernstige verdenking jegens Shukrula dat raakt aan de kern van het vertrouwen in de advocatuur. ‘Tegelijkertijd geldt dat sinds de arrestatie inmiddels ruim veertien maanden zijn verstreken en dat Shukrula en de deken ter zitting hebben verklaard dat niet duidelijk is wanneer het OM een beslissing zal nemen over de strafrechtelijke vervolging van Shukrula.’

Shukrula heeft volgens de raad duidelijk gemaakt dat de opgelegde voorziening zeer belastend voor hem is en grote gevolgen heeft voor zijn praktijkuitoefening. ‘Hij ervaart door de piket- en detentievoorwaarden diverse ernstige belemmeringen waardoor hij zijn praktijk niet of nauwelijks effectief kan herstellen en voortzetten.’

De deken heeft aangegeven dat hij – hoewel hij begrip heeft voor de positie van Shukrula – moet constateren dat de verdenkingen jegens hem nog steeds bestaan en dat er ernstige bezwaren door de rechtbank zijn vastgesteld. Ook moet volgens de deken in deze situatie een algemeen belang worden meegewogen, te weten het waarborgen van vertrouwen in de advocatuur en het voorkomen van risico’s voor potentiële cliënten en voor de rechtspleging, aldus de uitspraak. De deken verricht bovendien ook zelf nog nader onderzoek aan de hand van de hem ter beschikking gestelde dossierstukken en heeft hiervoor een termijn ontvangen tot uiterlijk 1 november 2026. Hoewel de deken zich om deze redenen primair tegen opheffing van de opgelegde voorlopige voorziening verzet, kan de deken zich wel voorstellen dat de opgelegde voorziening belastend is voor de advocaat, zeker nu het onderzoek al enige tijd duurt.

Lees hier de tuchtuitspraak.

Redactie Advocatenblad

Profile page
Advertentie