Mr. X, naar eigen zeggen sinds 1980 advocaat van psychiatrische patiënten, is ondanks zijn pensioengerechtigde leeftijd nog steeds als zodanig actief.
In november 2025 ontving de deken een signaal van de rechtbank dat mr. X in verplichte zorgzaken ernstig tekortschoot. In zulke zaken kan de rechter bij ‘ernstig nadeel’ toestemming geven voor bijvoorbeeld gedwongen voeding, medicatie, opname, opsluiting en/of lichamelijke fixatie van iemand met een psychische stoornis.
De deken ging langs bij mr. X met een op dit vakgebied deskundige collega-deken. Toen bleek dat hij in zijn dossiers vrijwel niks schriftelijk vastlegde. Hij kon het makkelijk onthouden zei hij, hij deed nog maar een à twee zaken per week. Ook cliënten kregen geen brieven met gespreksverslagen, kansen en verwachtingen, over het verloop van zittingen of over de uitspraak.
Die uitspraak stond misschien ook van tevoren wel vast, want mr. X leek er nogal snel vanuit te gaan dat dwangmaatregelen voor de eigen bestwil van de cliënt waren. Hij voerde nooit verweer tegen gevraagde vormen van verplichte zorg, vertelde hij zelf. Ook bleek hij niet verzekerd te zijn – hij beloofde dat te gaan regelen.
Schorsing
De deken stelde mr. X voor om zich te laten uitschrijven of zich anders op eigen kosten te laten coachen. Daar kwam niks van, en ook die verzekering bleef (door ziekte, zei mr. X) uit, dus diende de deken een bezwaar in.
Mr. X voerde geen inhoudelijk verweer. Hij liet de zaken eerst op zijn beloop maar vroeg twee dagen voor de zitting uitstel. Tevergeefs: het argument dat gezondheidsproblemen hem belemmerden wist hij niet overtuigend met stukken te onderbouwen.
De raad van discipline Arnhem-Leeuwarden wijst op artikel 6:24 VODA (verzekeringsplicht), gedragsregel 16 (informatieplicht t.o.v. cliënt), gedragsregel 29 (informatieplicht t.o.v. deken) en op de zorgplicht in artikel 46 Advocatenwet. Door het ontbreken van stukken kon niet worden vastgesteld dat mr. X de belangen van zijn cliënten goed behartigde. Maar gezien zijn taakopvatting was hij ernstig tekortgeschoten. Een advocaat moet pro-actief en kritisch zijn – te meer daar hij optrad voor zeer kwetsbare, vaak niet-mondige cliënten in Wvggz- en Wzd-zaken.
Mr. X leek zich vast te klampen aan de huidige situatie; mogelijk kon hij ook niet voor zichzelf opkomen.
Het liefst had de raad mr. X met onmiddellijke ingang een 60b-schorsing opgelegd, maar dat kan alleen op verzoek van de deken, en die had daar niet om gevraagd. Het werd een ‘gewone’ onvoorwaardelijke schorsing voor 26 weken, die ingaat vier weken na onherroepelijk worden van de beslissing.
