De Volkskrant schreef vorig jaar dat het niet meer van deze tijd is om Jos Leijdekkers aan de hand van zijn uiterlijk te typeren als ‘Bolle Jos’. Daarop volgde een tegenreactie van NieuwRechts: ‘Het is tragisch dat Volkskrant-columnisten zich nu lijken bezig te houden met het tegengaan van het ‘fatshamen’ van een van de grootste criminelen van Nederland, Jos L.’ Waarom zouden we rekening houden met de gevoelens van iemand die van zeer ernstige strafbare feiten wordt verdacht en daarvoor ook is veroordeeld? Wie zware delicten pleegt, zo luidde de redenering, verliest kennelijk ook het recht om niet met een vernederende bijnaam te worden aangeduid.

De principiële bezwaren van de Volkskrant blijken overigens een beperkte houdbaarheidsdatum te hebben. Op 30 juli 2026 kopte diezelfde krant: ‘Voortvluchtige “Bolle” Jos L. opnieuw bestraft’. Ook in de eerste zin werd hij weer omschreven als ‘beter bekend als Bolle Jos’. Kennelijk houdt het bezwaar tegen de bijnaam stand totdat de eindredactie een pakkende kop goed uitkomt? Alles voor de klik, wellicht.

Het bezwaar tegen ‘Bolle Jos’ is niet in de eerste plaats dat de bijnaam kwetsend is. Het gaat evenmin om fatshaming als zelfstandig maatschappelijk of individueel probleem. Het wezenlijke bezwaar is dat de media een persoon reduceren tot zijn uiterlijk en hem daarmee veranderen in een karikatuur. Jos Leijdekkers verdwijnt als mens en als rechtssubject achter een gemakkelijk herkenbaar mediatype.

Dat is vanuit strafrechtelijk perspectief niet zonder betekenis. In het strafrecht doet de hoedanigheid van een persoon ertoe. Iemand kan verdachte zijn, veroordeelde, voortvluchtige of procespartij in een nog lopende procedure. Die begrippen zijn niet onderling uitwisselbaar. De bijnaam ‘Bolle Jos’ maakt dat onderscheid onzichtbaar. Zij bevat geen enkele informatie over een concrete verdenking, een bewezenverklaring of de stand van een procedure. Zij zegt alleen: dit is de bekende crimineel -volgens de media- over wie wij het hebben.

Daarmee loopt de bijnaam vooruit op de juridische werkelijkheid. Niet noodzakelijk in de technische zin dat ieder gebruik ervan onmiddellijk een schending van de onschuldpresumptie oplevert, maar wel doordat zij bijdraagt aan een klimaat waarin een verdenking en reputatie in de media samenvallen in een karikatuur waarin de schuldvraag al lijkt te zijn beantwoord.

Opvallend is bovendien hoe selectief media hiermee omgaan. Bij tal van verdachten tonen kranten, omroepen en talkshows grote terughoudendheid. Namen worden afgekort tot een voornaam en initiaal. Foto’s worden geblurd. Redacties wijzen op privacy, reputatieschade en de onschuldpresumptie. Maar bij verdachten die reeds als ‘zware criminelen’ in het publieke bewustzijn zijn opgenomen mede door die karikatuur, verdwijnen die rechtsbeginselen naar de achtergrond. Dan wordt een bijnaam niet slechts één keer genoemd ter identificatie, maar verandert zij in de vaste naam van de persoon.

De vergelijking met Willem Holleeder is illustratief. Ook hij had een bekende bijnaam die verwees naar zijn uiterlijk. Toch werd hij, toen hij bij Twan Huys aan tafel zat, niet aangesproken met die bijnaam. Daar was hij ‘meneer Holleeder’. De journalistieke beleefdheid keerde terug zodra de betrokkene fysiek aanwezig was. Hoe zou dat nu komen… Zou een interviewer Jos Leijdekkers, wanneer hij tegenover hem zat, werkelijk aanspreken met ‘Bolle Jos’? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Dit legt iets bloot. Op afstand is het gemakkelijk iemand te reduceren tot een spotnaam. Aan tafel wordt diezelfde persoon weer een individu. Kennelijk weten media dus heel goed dat een bijnaam niet neutraal is. Zij gebruiken haar vooral wanneer degene over wie het gaat niet kan reageren.

Natuurlijk kan een bijnaam een functie hebben. Zoals het gebruik van bijnamen in PGP-berichten voor de opsporing of voor getuigen die diegene onder die bijnaam alleen kennen. Ook in een journalistiek profiel kan worden vermeld dat iemand onder een bepaalde alias bekendstaat. Maar daaruit volgt niet dat de alias vervolgens in iedere kop en ieder bericht de gewone naam moet vervangen.

Het onderscheid is eenvoudig: ‘Jos Leijdekkers, ook bekend als ‘Bolle Jos’ kan informatief zijn. Hem daarna uitsluitend ‘Bolle Jos’ blijven noemen is een redactionele keuze die ik niet kan volgen omdat het karikatuur wordt. De maatschappij is er ook niet mee gebaat als een zaak tegen een karikatuur wordt afgedaan. Je zou kunnen zeggen dat de strafdoelen daarmee ook minder krachtig overkomen dan wanneer een mens van vlees en bloed wordt berecht.

Voor journalisten, het OM, rechters, advocaten en andere juristen ligt hier een bijzondere verantwoordelijkheid. Het strafrecht is geen theater waarin de verdachte eerst tot typetje wordt gemaakt en daarna kan worden berecht. De rechtsstaat onderscheidt de persoon van het feit, de verdenking van de bewezenverklaring en de straf van de vernedering.

Een veroordeelde mag worden gestraft. Een verdachte mag scherp worden bevraagd. Een voortvluchtige mag worden opgespoord. Maar niemand verliest daardoor zijn status als rechtssubject. Juist bij personen voor wie weinig publieke sympathie bestaat, blijkt of rechtsstatelijke terughoudendheid werkelijk een beginsel is of slechts een beleefdheidsvorm voor mensen die wij aardig vinden.

Noem hem daarom gewoon Jos L.

Advertentie