De tweede aanvullingswet met wijzigingen en aanvullingen van het nieuwe Wetboek van Strafvordering is op 7 mei in consultatie gegaan. Eén van de onderwerpen die de tweede aanvullingswet beoogd te wijzigen, is de omgang met het functioneel verschoningsrecht, in het bijzonder de wijze van selecteren en filteren van verschoningsgerechtigd materiaal. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was de rechter-commissaris verantwoordelijk voor het selecteren, filteren en zo nodig kennisnemen van (potentieel) verschoningsgerechtigd materiaal. Die verantwoordelijkheid verschuift in de tweede aanvullingswet voor een belangrijk deel weer naar OM en opsporing.
De wijziging zou het gevolg zijn van een klemmend beroep van de ketenorganisaties op de wetgever om praktijkproblemen aan te pakken, schrijft de NVSA. Die zouden in verband staan met de filterprocedure en daarover gevoerde beklagprocedures waardoor opsporingsprocedures langdurig zouden stilliggen.
De NVSA stelt op geen enkel moment geraadpleegd te zijn over deze veronderstelde
praktijkproblemen of de nu voorgestelde tweede aanvullingswet. ‘Dat is onacceptabel, aangezien de voorgestelde wijzigingen een ernstige bedreiging vormen voor het verschoningsrecht en een behoorlijk functioneren van de strafrechtadvocatuur en de rechtsstaat.’
Ernstige bedreiging
De voorgestelde wijzigingen, in het bijzonder de invulling van het begrip “redelijk vermoeden” in relatie tot een verzameling gegevens en de voorgestelde procedure voor het filteren en beoordelen van verschoningsgerechtigd materiaal, miskennen het belang van het verschoningsrecht, schrijft de NVSA. ‘Rechtzoekenden moeten vrijelijk met hun advocaat kunnen communiceren en moeten niet vrezen dat wat zij met hun advocaat bespreken, bekend wordt bij de opsporing en in een strafrechtelijk onderzoek tegen hen wordt gebruikt. Het verschoningsrecht is een fundamenteel rechtsbeginsel dat al decennialang een belangrijke waarborg biedt in onze rechtsstaat en tegenwicht biedt aan de ruime en ingrijpende bevoegdheden die de opsporing heeft. De nu voorgestelde wijzigingen breken hiermee.’
De vereniging verzoekt de wetgever ‘met klem’ de voorgestelde wijzigingen rond de omgang met het verschoningsrecht in te trekken en het oorspronkelijke wetsvoorstel te handhaven. Ook moet er volgens de strafrechtadvocaten serieus werk worden gemaakt van de mogelijkheden om verschoningsgerechtigd materiaal automatisch te filteren en van de ondersteuning van rechters-commissarissen. ‘Zodat zij hun taak in relatie tot het verschoningsrecht naar behoren kunnen uitvoeren. De datum waarop het nieuwe Wetboek van Strafvordering in werking zal treden, ligt nog een aantal jaren van ons af. Jaren die uitstekend kunnen worden benut om passende maatregelen te nemen. Om er zo voor te zorgen dat de opsporing van strafbare feiten voortvarend plaats kan vinden, terwijl tegelijkertijd recht wordt gedaan aan het verschoningsrecht.’
Ook de NOvA roept de wetgever op het onderdeel over het professioneel verschoningsrecht uit de tweede aanvullingswet in te trekken. Volgens de NOvA staat het voorstel op gespannen voet met recent aangenomen wetgeving, vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en fundamentele rechtsstatelijke waarborgen.
Bulkdata
De Raad voor de rechtspraak is juist voorstander van de beoogde wijziging. Door technologische ontwikkelingen is de huidige werkwijze niet meer houdbaar, schrijft de Rechtspraak. ‘De data waar het om gaat is enorm in omvang toegenomen en kan zich overal bevinden. Het filteren en selecteren van deze bulkdata is zeer arbeidsintensief. Zeker in omvangrijke fraudezaken, waarin veel advocaten, notarissen en artsen betrokken zijn, kan dat de opsporing en vervolging ernstig vertragen. Het is eerder regel dan uitzondering dat het jaren duurt voordat de data kunnen worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam van de politie. Ondertussen ligt het opsporingsonderzoek grotendeels stil.’
De Rechtspraak begrijpt dan ook dat de verantwoordelijkheid voor het filteren van de vertrouwelijke informatie bij de rechter-commissaris wordt weggehaald. De Rechtspraak waarschuwt bij de keuze om het OM weer verantwoordelijk te maken wel voor de risico’s op het gebied van rechtsbescherming. ‘Want wat zijn de waarborgen om te voorkomen dat het OM zonder toezicht van de rechter-commissaris zelfstandige onderzoeken doet naar datasets waar mogelijk verschoningsgerechtigde informatie in zit?’
De Rechtspraak vraagt de wetgever expliciet om bij verdere vormgeving van de wet meer oog te hebben voor de rechtsbescherming van verdachten. ‘De balans tussen bescherming van de rechten van de verdachte en de effectiviteit van het strafproces moet scherp worden bewaakt.’
Bezwaar maken
Ondertussen roept de NVSA haar leden op om hun bezwaren tegen de tweede aanvullingswet kenbaar te maken en aan te sluiten bij de consultatiereactie van de NVSA. Bezwaar maken kan nog tot 11 september 2026.