Staatssecretaris Claudia van Bruggen (Rechtsbescherming) stelde deze zomer haar wetsvoorstel voor de OTA open voor internetconsultatie. In een gezamenlijke reactie uiten hoogleraar advocatuur Jan Broekhuizen, voormalig Amsterdamse deken Barbara Rumora-Scheltema en hoogleraar rechtspleging Jonathan Soeharno hun ‘fundamentele zorgen’. Het drietal benadrukt positief te staan tegenover centralisering en modernisering van het toezicht. De manier waarop dat in het wetsvoorstel staat uitgewerkt vindt echter geen genade.
Blik van buiten
Om te beginnen is er teveel ‘blik van buiten’ en te weinig ‘blik van binnen’, menen de drie. Anders dan de staatssecretaris voor ogen heeft zou het bestuur van de OTA in meerderheid uit advocaat moeten bestaan. Ook het controlerende College van Toezicht dient alleen advocaten te bevatten. Niet alleen de gewenste expertise speelt daarbij een rol, maar ook de rechtsstatelijke rol van de advocatuur. Advocaten treden regelmatig op tegen de overheid en dienen daarom beschermd te worden tegen directe of indirecte politieke beïnvloeding.
‘Deze zware nadruk op blikken van buiten staat onzes inziens haaks op het beginsel van zelfregulering en is – meer principieel – niet verenigbaar met de onafhankelijke
positie van de advocaat in de rechtsorde. Zo kent het toezichtstelsel een te grote politieke exposure met een reeks aan ministeriële (of getrapt ministeriële)
benoemingen.’
Dekens
Verder zetten de drie grote vraagtekens bij het vrijwel volledig verdwijnen van het dekenale toezicht. De lokale dekens trekken al enkele jaren samen op in de Landelijke Organisatie Toezicht Advocatuur (LOTA), maar worden in het wetsvoorstel niet eens genoemd. Onbegrijpelijk, meent het drietal, omdat juist de LOTA al landelijk opereert en expertise heeft opgebouwd in witwastoezicht, kwaliteitstoetsing en ondermijning. In plaats van deze kennis van zaken in een keer over te hevelen naar de OTA, zou de nieuwe organisatie juist moeten voortbouwen op de bestaande infrastructuur van de LOTA. In hun ogen voorkomt dat tegelijkertijd dat er een zwaar, complex en duur toezichtstelsel voor advocaten wordt opgetuigd.
Soeharno, Broekhuizen en Rumora-Scheltema uiten ook stevige kritiek op het plan om toezicht en klachtbehandeling van elkaar te scheiden. Dat is niet alleen tegen de wil van de Tweede Kamer, maar ook nog eens ongeloofwaardig, stellen ze. De staatssecretaris heeft immers nog niet bedacht hoe de klachtbehandeling er in de toekomst uit moet komen te zien. ‘Wij achten het echter niet verantwoord om een ingrijpende stelselwijziging door te voeren, terwijl nog niet duidelijk is wat er met de klachtbehandeling gebeurt’, schrijven ze in hun reactie.
De internetconsultatie staat nog open tot 18 september. Zowel de algemene raad van de NOvA als de LOTA moeten nog reageren.
