De discussie over nieuwe alternatieve organisatiestructuren (OAS) in de advocatuur woedt al een aantal jaren. Wanneer nieuwe toetreders probeerden toegang te krijgen tot de advocatenmarkt, werd per geval beoordeeld of dit was toegestaan. In de toekomst wil de NOvA geen specifieke bedrijfsstructuren meer in- of uitsluiten, maar in principe alle kantoorvormen toestaan. Dat creëert een gelijk speelveld en biedt meer mogelijkheden voor innovatie. Hierdoor ontstaan er op de advocatenmarkt grotere kansen voor financiers van buitenaf, zoals private equity partijen.

Tegelijkertijd moet ieder advocatenkantoor voldoen aan harde voorwaarden om in de dagelijkse praktijkuitoefening de onafhankelijkheid en andere kernwaarden te garanderen. ‘Er komt één set regels waar alle advocaten en alle kantoren aan moeten voldoen, ongeacht de organisatievorm’, aldus NOvA-bestuurder Else Loes Pasma. Concreet wordt volgens het voorstel elk kantoor verplicht alle advocaten gezamenlijk onder te brengen in een aparte organisatorische eenheid: de zogeheten staak. Hierbinnen functioneren de advocaten als een beroepsmatige eenheid, die ‘doorslaggevende zeggenschap’ moet hebben over de praktijkuitoefening, de naleving van de kernwaarden en de beroepsmatige besluitvorming. Wanneer een kantoor externe financiers of aandeelhouders heeft, mogen deze volgens de NOvA geen ‘feitelijke invloed’ uitoefenen op de beroepsinvulling van de advocaten. Dat om te voorkomen dat externe, veelal commerciële belangen een te grote stempel drukken op de inhoudelijke praktijk en koers.

Positieve reacties

De eerste reacties tijdens het symposium op de nieuwe NOvA-visie waren voorzichtig positief. ‘Ik ben aangenaam verrast door deze mogelijke stelselwijziging’, aldus panellid Scipio van der Stoel (Zumpolle/VanderStoel). ‘Het biedt meer ruimte voor bijvoorbeeld franchises en managed service organisations (MSO). In dit soort constructies kunnen advocaten zich in potentie beter op de inhoud concentreren, omdat de ondersteunende diensten zijn uitbesteed. Maar de advocaten moeten inderdaad wel het laatste woord hebben.’ Ook de Peter Leermakers van BrandMR toonde zich positief over de extra manoeuvreerruimte die het nieuwe beleid lijkt te bieden. BrandMR, waar advocaten in loondienst niet-verzekerde particulieren en ondernemers bedienen, kon na het nodige juridische getouwtrek in 2021 alleen verder onder de vlag van een experiment. ‘Wij willen graag een reguliere status krijgen’ aldus Leermakers. ‘Dat kan ook goed. De vrees van de Nova was dat onze advocaten niet onafhankelijk zouden kunnen opereren. Daar is niets van gebleken.’

Tijdens de periodieke vergadering van het College van Afgevaardigden (CVA) dinsdag 29 september in Den Haag kreeg het voorstel van de algemene raad de nodige bijval. Met name de stapsgewijze aanpak viel in goede aarde. Namens het arrondissement Gelderland drong advocaat Sip van Dijk aan op een principieel debat over de wenselijkheid van vreemd kapitaal. Volgens Van Dijk zijn er in andere beroepsgroepen, zoals dierenartsen en huisartsen, misstanden ontstaan. ‘Als er veertig procent vreemd geld in zit, kun je ervan uitgaan dat dat invloed uitoefent, hoe goed je het juridisch ook dichttimmert.’

Kantoren aanspreekbaar

Een andere vernieuwing die de NOvA introduceert is dat ook kantoren als geheel kunnen worden gehouden aan de naleving van de kernwaarden en andere advocatuurlijke normen. Op dit moment zijn alleen individuele advocaten ‘normadressaat’. De wijziging betekent onder meer dat ook kantoren door de tuchtrechter ter verantwoording geroepen kunnen worden. Dit omdat juist het bredere kantoorbeleid kan leiden tot onwenselijke mechanismen en praktijken, zoals een te grote focus op winstgevendheid. Dat risico werd benoemd door diverse sprekers op het symposium, waarbij met name werd verwezen naar de commerciële kantoren op de Zuidas.

Toezicht OTA

De concrete invoering van het nieuwe beleid is mede afhankelijk van de ontwikkelingen rond de toekomstig landelijke toezichthouder OTA. De OTA speelt een belangrijke rol in het toezicht met betrekking tot nieuwe bedrijfsvormen in de advocatuur, aldus de NOvA. Gezien de recente kritiek op de OTA-plannen, kan dit een vertragende factor zijn. Als er groen licht is, werkt de Orde eerst de waarborgen voor samenwerking, financiering en governance van kantoren uit. Daarna volgt er onder andere een centraal register, waarin kantoren die samenwerken met andere beroepsgroepen of die externe financiering hebben, na een beoordeling kunnen worden toegelaten.

De nieuwe NOvA-visie is ‘een synergie tussen enerzijds het waarborgen van de kernwaarden van de advocatuur en anderzijds het vergroten van de toegang tot het recht’, stelde Pasma op het symposium. Daarmee is het plan een afspiegeling van twee recente rapporten over alternatieve bedrijfsstructuren die tijdens de bijeenkomst centraal stonden. In april dit jaar pleitte het WODC op basis van een onderzoek door de Erasmus Universiteit en ProFacto voor het toestaan van meer kantoorvormen in de advocatuur, om rechtzoekenden meer en betere opties te bieden. Kort daarna benadrukte de commissie ‘Kernwaarden Advocatuur en Alternatieve Organisatie Structuren’ geleid door hoogleraar Jaap Winter in een rapport dat bij zo’n uitbreiding de kernwaarden beter en consistenter dan nu beschermd dienen te worden.

Advertentie